Begeleiding
'Ik krijg de aandacht, liefde, zorg en begeleiding waar ik behoefte aan heb.'

Introductie

Kinderen hebben aandacht, liefde, zorg en adequate begeleiding nodig. Kinderen die - tijdelijk - niet thuis kunnen wonen, zijn extra kwetsbaar. Het is immers een enorme ingreep voor een kind als de keuze wordt gemaakt om het buiten het eigen gezin op te vangen. Aan zo'n keuze is altijd een zware en vaak verdrietige geschiedenis vooraf gegaan.

Zorgen voor een kind met een problematisch verleden vraagt veel van pleegouders of gezinshuisouders. Het is belangrijk dat zij over de juiste kennis, eigenschappen en vaardigheden beschikken om het kind zo goed mogelijk te begeleiden in zijn of haar ontwikkeling en om goed te kunnen samenwerken met de ouders van het kind. Daar hebben zij goede begeleiding bij nodig. Ook de ouders van het kind hebben ondersteuning nodig bij de invulling van hun nieuwe rol als (mede)opvoeder.

Feiten

Anna

Bijna de helft van de pleegouders geeft aan dat zij behoefte hebben aan ondersteuning in de omgang met emotionele- en gedragsproblemen van hun pleegkind (Vanschoonlandt et al., 2014). Als pleegouders onvoldoende begeleiding en ondersteuning krijgen, kan dit onder andere leiden tot meer probleemgedrag bij pleegkinderen en een toename van stressoren bij pleegouders. Dit kan als gevolg hebben dat een plaatsing voortijdig moet worden afgebroken (Farmer et al., 2005, Hill-Tout, Pithous & Lowe, 2003; Social Care Insitute for Excellende, 2004; Van Holen, Vanderfaeilie & Eerdekens, 2010). Zie ook het thema Continuïteit.

Opvoeden

De zorg voor een kind van iemand anders begint met 'gewoon' opvoeden. Ieder kind is gebaat bij opvoeders die aandacht geven, gewenst gedrag aanmoedigen en duidelijke grenzen stellen. Pleegouders kunnen hierin begeleid worden. Ook kunnen ze ondersteuning nodig hebben bij meer specifieke opvoedvragen. Daarnaast kunnen de kinderen behoefte hebben aan aanvullende hulp of therapie om problemen het hoofd te bieden.

Belangrijke voorwaarde

Goede begeleiding van de ouders, het kind en de pleegouders of gezinshuisouders is een belangrijke voorwaarde om een plaatsing te laten slagen. Een adequate begeleiding en een goede werkrelatie met de zorgaanbieder hebben een positief effect op de tevredenheid en stressbeleving van de opvoeders. Bovendien zijn het cruciale factoren om voortijdige beëindiging van een plaatsing te voorkomen (Van Holen, Vanderfaeillie & Eerdekens, 2010; Social Care Institute of Excellence, 2004).

play

Achtergrond

Wie doet wat?

De jeugdhulporganisaties (waaronder de pleegzorgorganisaties) en de franchise gezinshuisorganisaties selecteren pleegouders en gezinshuisouders zorgvuldig en bereidt hen voor op de zorg voor kinderen en jongeren die (tijdelijk) niet bij hun ouders kunnen wonen. De zorgaanbieder of de franchiseorganisatie is ook verantwoordelijk voor de begeleiding en ondersteuning van gezinsvormen.

Voorbereiding en selectie pleegouders

Aankomende pleegouders volgen bij de pleegzorgorganisatie een voorbereidings- en selectietraject. De pleegouders moeten in staat zijn om een veilige en stimulerende omgeving te bieden aan een kind en ze moeten goed kunnen samenwerken met de ouders. De wet stelt een aantal criteria waaraan pleegouders moeten voldoen, maar zegt niets over het voorbereidingstraject. Daarom hebben de pleegzorgaanbieders gezamenlijk een kwaliteitskader voorbereiding en screening opgesteld om de kwaliteitseisen ten aanzien van dit traject te waarborgen. Naast de voorbereiding en selectie zijn er vaak mogelijkheden tot bijscholing of deskundigheidsbevordering, zowel binnen als buiten de pleegzorgorganisatie.

Voorbereiding en selectie gezinshuisouders

Gezinshuisouders zijn professionele opvoeders. Ze zijn in loondienst bij een zorgaanbieder of ze hebben als franchisenemer een overeenkomst bij een franchiseorganisatie. De selectieprocedure voor gezinshuisouders verschilt per organisatie. Het bestaat in ieder geval uit meerdere gesprekken, het indienen van een Verklaring Omtrent Gedrag en een onderzoek gericht op veiligheidsrisico's. Soms wordt voor de procedure een competentieprofiel gehanteerd.

Begeleiding pleegouders

Pleegouders worden begeleid door een pleegzorgbegeleider. Deze begeleider volgt de ontwikkeling van het kind en biedt ondersteuning bij specifieke opvoedingsvragen. Ook kan de begeleider extra ondersteuning inschakelen, bijvoorbeeld door de inzet van interventies of therapie. Afspraken hierover staan in een begeleidingsplan. Het is belangrijk dat de begeleider complete informatie geeft aan de pleegouders, hen inlicht over hun rechten en hen betrekt bij beslissingen. De begeleidingsmomenten moeten vaak genoeg en met regelmaat plaatsvinden. Het is ook belangrijk dat een vaste persoon de begeleiding doet en dat wisselingen zoveel mogelijk worden voorkomen. Zo kan een vertrouwensrelatie ontstaan. Zie ook het thema Continuïteit.

Ondersteuningsbehoeften pleegouders

Pleegouders hebben in grote lijnen vijf ondersteuningsbehoeften met betrekking tot de ontwikkeling van het kind. Allereerst hebben ze hulp nodig bij het vormgeven van de afstemming en samenwerking met ouders. Ook hebben ze achtergrondinformatie over het kind nodig. Daarnaast hebben ze vaak behoefte aan ondersteuning bij de specifieke opvoeding van een kind met (gedrags)problemen en bij het opbouwen van een gehechtheidsrelatie. Verder vraagt het opvoeden van een kind met een trauma en een kind met een (licht) verstandelijke beperking om extra kennis en vaardigheden. Daarnaast hebben pleegouders vaak vragen over de financiën en over hun rechten en plichten.

Begeleiding gezinshuisouders

De gedragswetenschapper of ambulant hulpverlener van de zorgaanbieder stelt samen met de gezinshuisouders voor het kind een hulpverleningsplan op en begeleidt hen bij de invulling en uitvoering daarvan. Franchisenemers worden daarnaast persoonlijk gecoacht en krijgen ondersteuning en begeleiding van een formulemanager bij het organiseren van hun gezinshuis.

Ondersteuningsbehoeften gezinshuisouders

Gezinshuisouders hebben meestal al een beroepsgerichte opleiding en ervaring in de jeugdzorg. Zij vangen kinderen op met complexere problematiek en beschikken al over veel kennis van het professionele opvoeden van deze doelgroep. Gezinshuisouders hebben behoefte aan ondersteuning in hun (nieuwe) rol als gezinshuisouder: het organiseren van een gezinshuis, de rol van regisseur en de rol van professionele opvoeder van deze specifieke doelgroep.

Begeleiding ouders

De zorgaanbieder streeft naar een gelijkwaardige relatie met de ouders, die gebaseerd is op eerlijkheid en openheid. Alle stappen in het proces vanaf de uithuisplaatsing worden zoveel mogelijk in overleg met de ouders uitgevoerd. Ouders maken ook deel uit van het zorgteam. Zie ook het thema Samenwerking.

Daarbij is het belangrijk dat ouders van kinderen die in een gezinsvorm wonen, de juiste begeleiding krijgen. De inhoud en het doel van deze begeleiding hangen af van het type plaatsing, namelijk of er sprake is van een kortdurende plaatsing (hulpverleningsvariant) of een langdurende plaatsing (opvoedingsvariant). De begeleiding van ouders wordt uitgevoerd door een ambulant begeleider of de pleegzorgbegeleider (afhankelijk van de taakomschrijving binnen de betreffende organisatie).

Anna

Begeleiding kinderen

Kinderen geven aan dat ze het belangrijk vinden om goed begeleid te worden tijdens alle fasen van een plaatsing in een gezinsvorm: voorafgaand, tijdens en bij de afronding van de plaatsing. Ook kan het voor kinderen van grote steun zijn om contact te hebben met leeftijdgenoten in een soortgelijke situatie.

Kinderen in pleeggezinnen en gezinshuizen moeten op een professionele manier begeleid en gevolgd worden in hun ontwikkeling. Jeugdhulpprofessionals volgen op welke ontwikkelingsgebieden het goed gaat en waar het kind problemen heeft in zijn ontwikkeling. Daarbij is aandacht nodig voor de lichamelijke ontwikkeling, de sociaal-emotionele ontwikkeling en het functioneren op school (De Baat & De Lange, 2013).

Vanaf het begin van de plaatsing moet de ontwikkeling van het kind op vaste momenten in kaart worden gebracht. Voor jonge kinderen ieder half jaar en bij pleegkinderen ouder dan drie jaar ten minste ieder jaar (American Academy of Pediatrics, 1994).

Wetten en richtlijnen

Internationaal

Bij het plaatsen van een kind in een pleeggezin dient het belang van het kind een eerste overweging te zijn. Dit staat in artikel 3 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind. Zie ook paragraaf 7 van de Richtlijnen Alternatieve Zorg. Hierbij is het belangrijk dat beslissingen worden genomen door daartoe bevoegde personen, waarbij er voldoende aandacht uitgaat naar het beoordelen van de geschiktheid van de pleegouders. Dit houdt in dat er voldoende ondersteuning is voor ouders, er trainingsmogelijkheden zijn en er toezicht is op de minderjarigen die door anderen dan hun ouder worden opgevoed (paragraaf 5, 55, 71, 90-91, 118 van de Richtlijnen Alternatieve Zorg).

Nederland


Pleegouders

De Jeugdwet stelt verschillende randvoorwaarden voor het in aanmerking komen als pleegouder, alsook regels ten aanzien van de beoordeling van de geschiktheid van de pleegouder door de pleegzorgaanbieder (artikel 5.1). Aan de pleegouder wordt de noodzakelijke informatie verstrekt om de taak als pleegouder goed te kunnen vervullen (artikel 5.4).

Gezinshuisouders

Gezinshuisouders zijn professionele jeugdzorgwerkers en moeten aan dezelfde criteria als andere jeugdhulpverleners voldoen, zoals omschreven in de Jeugdwet (artikel 4.1.1 lid 3).

De jongeren zelf

De kinderen en jongeren om wie het gaat, vinden het zelf ook belangrijk dat ze goede begeleiding en ondersteuning krijgen, blijkt uit verschillende Q4C Kwaliteitsstandaarden. Zo vinden ze dat ze goed voorbereid en begeleid moeten worden op de plaatsing (nummer 5) en dat ze tijdens de plaatsing ondersteund moeten worden bij het nemen van beslissingen (nummer 2) door pleegouders en professionals die vaardig zijn in het opvoeden en helpen van jeugdigen (nummer 11). Daarnaast moet het mogelijk zijn om ondersteuning te krijgen van leeftijdgenoten in vergelijkbare situaties (nummer 15).

Richtlijnen

In de Richtlijn Pleegzorg staat informatie over verschillende interventies. In aanvulling hierop is het belangrijk om bij specifieke problemen van het kind de aanbevelingen uit de desbetreffende richtlijn te volgen, bijvoorbeeld:

Checklist

Gemeenten en zorgaanbieders kunnen gezamenlijk veel betekenen voor jongeren die voor korte of langere tijd niet meer thuis kunnen wonen. De transformatie biedt kansen om tot een integraal beleid te komen op de diverse domeinen die raken aan de zorg voor de jeugd. Een aantal belangrijke punteb voor gemeenten en zorgaanbieders op een rij:

  • De eerste fase van het wennen in een nieuwe gezinsvorm is extra zwaar voor een kind. Krijgt het kind hier voldoende steun en begeleiding bij?
  • Ieder kind is anders. Kan het kind op eigen wijze aarden in het nieuwe gezin? Met elkaar praten en kleine acties ondernemen hebben een groot effect.
  • Heef het kind een vertrouwenspersoon, bijvoorbeeld een begeleider van school of een familielid?
  • Luisteren we werkelijk naar kinderen, jongeren en hun ouders en betrekken we hen bij alle processen die voor hen belangrijk zijn?
  • Eigen kinderen van pleegouders of gezinshuisouders spelen een belangrijke rol. Krijgen zij ook aandacht in het begeleidingsproces?
  • Werken we samen met begeleiders, (gezins)voogden, opvoeders en ouders in een team, op basis van gelijkwaardigheid?
  • Krijgen begeleiders voldoende tijd voor het creëren van een vertrouwensband met kinderen, ouders en opvoeders?
  • Gebruiken we het Keurmerk Gezinshuizen om de professionaliteit van gezinshuisouders en de kwaliteit van de begeleiding en intervisie te waarborgen?
  • Maken we gebruik van de deskundigheid van ervaren pleegouders en gezinshuisouders en zetten we hen in bij de begeleiding?
  • Netwerkpleegouders hebben over het algemeen geen voorbereidingstraject gevolgd. Krijgen zij extra begeleiding als het nodig is?
  • Informele pleegouders hebben geen voorbereiding gehad en krijgen ook geen begeleiding. Kijken we naar mogelijkheden om ook met deze groep contact te onderhouden?
  • Faciliteren we informele ontmoetingen en onderlinge ondersteuning tussen pleegouders en gezinshuisouders?
  • Maken we gebruik van de kledingmagazijnen van Je mag er zijn? Hier kunnen pleeggezinnen niet alleen kleding en spullen krijgen, maar ze kunnen ook deelnemen aan bijeenkomsten voor onderlinge ondersteuning.
  • Krijgen ouders ondersteuning in het contact met hun kinderen en hulp om een rol te (blijven) spelen in het leven van hun kinderen?
  • Betrekken we ouders, pleegouders en gezinshuisouders actief bij aangelegenheden en beslissingen die het kind betreffen?
  • Is er voor pleegouders een programma voor deskundigheidsbevordering?
  • Krijgen pleegouders en gezinshuisouders de waardering die zij verdienen?

Methodieken en meer

Naast reguliere ondersteuning aan pleeggezinnen en gezinshuizen, kunnen extra interventies nodig zijn bij specifieke problemen. Meer informatie hierover is te vinden in de Databank Effectieve Jeugdinterventies. Dit zijn deels algemene methodieken voor opvoeders en deels specifiek voor pleegzorg ontwikkelde methodieken.

  • PPI

    De Pleegouder-Pleegkind Interventie (PPI) is bedoeld om de relatie van pleegouders met hun jonge pleegkind (0 tot 4 jaar) te verbeteren door hen te ondersteunen in het opbouwen van een relatie met het kind. In zes tweewekelijkse sessies leren de pleegouders met behulp van psycho-educatie en video-opnamen hoe zij het best met hun pleegkind kunnen omgaan, zodat de kans op voortijdig afbreken van de pleegzorgplaatsing afneemt.

  • VIPP-SD

    Video-feedback Intervention to promote Positive Parenting and Sensitive Discipline (VIPP-SD) is een gedragsinterventie voor ouders met kinderen in de leeftijd van 1 tot en met 3 jaar. Het programma wil gedragsproblemen voorkomen of verminderen door opvoedingsvaardigheden van ouders te versterken, met aandacht voor positieve interactie en sensitieve disciplineringstrategieën. Dit gebeurt in zes huisbezoeken door middel van feedback op video-opnamen van interacties tussen ouder en kind.

  • Basic Trustmethode

    De Basic Trustmethode is een kortdurende interventie voor kinderen van 2 tot 5 jaar met gedragsproblemen en/of emotionele problemen en hun opvoeders, waarbij tevens sprake is van problemen in de gehechtheidsrelatie. Met behulp van Video Home Training (VHT) wordt in acht sessies gewerkt aan het terugdringen van de problematiek van het kind.

  • Incredible Years

    Incredible Years Basic is een groepstraining voor ouders van kinderen van 3 tot en met 6 jaar die een oppositioneel-opstandige of antisociale gedragsstoornis hebben of het risico lopen een van deze stoornissen te ontwikkelen. In achttien wekelijkse sessies worden de ouders getraind in opvoedvaardigheden, waardoor de gedragsproblemen afnemen.

  • PCIT

    Parent-Child Interaction Therapy (PCIT) is een geprotocolleerd behandelprogramma voor kinderen van 2 tot 7 jaar met gedragsproblemen en hun ouders. Door het vergroten van de opvoedingsvaardigheden van de ouders, beoogt de interventie de gedragsproblemen bij de kinderen en de stress bij de ouders te verminderen.

  • PMTO

    Parent Management Training Oregon (PMTO) is een behandeling voor gezinnen met een of meer kinderen met externaliserende gedragsproblemen, al dan niet gecombineerd met hyperactiviteit. Het doel van de behandeling is dat de kinderen beter gaan functioneren en hun gedragsproblemen verminderen, doordat hun ouders meer effectieve opvoedingsstrategieën toepassen.

  • MTFC

    Multidimensional Treatment Foster Care (MTFC) is een intensief opvoed- en trainingsprogramma voor jongeren tussen de 12 en 18 jaar met gedragsproblemen, inclusief delinquent gedrag. Het programma wordt aangeboden aan jongeren als alternatief voor een gesloten plaatsing of jeugddetentie. De jongere volgt voor de duur van zes tot twaalf maanden een intensief gedragsgericht programma, waarvan plaatsing in een opvoedgezin deel uitmaakt.

    MTFC wordt in Nederland ook ingezet voor jonge kinderen met gedragsproblemen. De Bascule biedt MTFC aan voor kinderen van 3 tot 7 jaar. De Jutters en Jeugdformaat bieden gezamenlijk MTFC aan voor kinderen van 7 tot 12 jaar.

Trauma

Verschillende interventies en behandelingen richten zich op trauma, maar geen van deze interventies is onderzocht in de pleegzorg of in gezinshuizen. Voorbeelden uit de Databank Effectieve Jeugdinterventies zijn:

  • EMDR

    Eye Movement Desensitization & Reprocessing (EMDR) is een behandelmethode voor kinderen, jeugdigen en volwassenen die lijden aan traumagerelateerde stoornissen, waaronder Acute Stress Stoornis of Post Traumatische Stress Stoornis (PTSS).

  • Horizonmethodiek

    De Horizonmethodiek is een groepsbehandeling voor kinderen en jongeren, met een parallel aanbod voor de niet-misbruikende ouder(s). De methodiek is traumagericht en combineert cognitief-gedragstherapeutische interventies met psychomotorische interventies. Uitgangspunt is dat het lichaam van een getraumatiseerd kind specifieke aandacht nodig heeft in de behandeling.

  • STEPS

    STEPS is een cognitieve gedragstherapeutische groepsbehandeling, die wordt toegepast bij meisjes van 13 t/m 18 jaar met een posttraumatische stressstoornis als gevolg van eenmalig seksueel geweld, zoals een aanranding of verkrachting. Doel van de interventie is deze klachten te verminderen. Tevens is er een gedeeltelijk parallelaanbod voor hun niet-misbruikende ouders om hen in staat te stellen hun kind optimale steun te bieden bij de verwerking van de ervaring.

  • WRITEjunior

    WRITEjunior is een schrijftherapie voor getraumatiseerde kinderen en adolescenten van 4 tot 18 jaar. Tijdens tweewekelijkse individuele sessies beschrijft de jeugdige samen met de therapeut het verhaal van het trauma op de computer. De behandeling heeft een cognitief gedragsmatige aanpak en heeft als doel dat posttraumatische klachten verdwijnen of sterk afnemen.

Er zijn ook interventies die niet zijn opgenomen in de Databank Effectieve Jeugdinterventies, maar die wel specifiek zijn of worden onderzocht voor kinderen in pleeggezinnen of gezinshuizen. Voorbeelden zijn:

  • VIB

    Video Interactiebegeleiding (VIB) wordt gebruikt bij hechtingsproblematiek. De VIB'er maakt van opvoeders en kind een korte video-opname tijdens de verzorging, het eten of een spelmoment. Vervolgens analyseert de VIB'er de beelden en kijkt met de opvoeders de video-opname terug. De VIB'er laat aan de hand van de beelden zien welke signalen het kind geeft om in contact te komen of te blijven.

  • Zorgen voor getraumatiseerde kinderen

    Zorgen voor getraumatiseerde kinderen is een training voor opvoeders van een (complex) getraumatiseerd kind (0 tot 18 jaar). Opvoeden met kennis van trauma vergroot het vertrouwen van het kind in eigen capaciteiten, het gevoel van veiligheid en het gevoel de moeite waard te zijn. Opvoeders leren technieken en vaardigheden om het gedrag en disfunctionele opvattingen van het kind te veranderen en manieren om de opvoedingsstress te verminderen.

  • Slapende honden? Wakker maken!

    Er zijn kinderen die bij de behandeling van trauma een stabilisatiefase nodig hebben, voordat zij hun trauma's kunnen gaan verwerken. Vaak is het spreken over trauma's voor deze kinderen heel moeilijk. Het doel van Slapende honden wakker maken is om vroegkinderlijk, chronisch getraumatiseerde kinderen zo snel mogelijk te stabiliseren en hen zover te krijgen dat ze aan traumaverwerking kunnen beginnen.

  • Traumasensitief pleegouderschap

    Veel kinderen die in een pleeggezin wonen, hebben in het verleden kindermishandeling meegemaakt. Het opvoeden van deze kinderen kan voor pleegouders erg ingewikkeld zijn. Als gevolg van mishandeling kunnen de kinderen ernstige psychische problemen ontwikkelen, zoals angstklachten, depressie, hechtingsstoornis en gedragsproblemen. De methode Traumasensitief pleegouderschap geeft pleegouders handvatten voor de opvoeding van een getraumatiseerd kind, waardoor de kans van slagen van de pleeggezinplaatsing wordt vergroot.

  • Mijn Backpack

    Mijn Backpack is een methodiek om met pleegkinderen te praten over hun uithuisplaatsing. In de praktijk blijkt dat er in de jeugdhulpverlening weinig tools voor handen zijn om met pleegkinderen te praten over de belevenis van de uithuisplaatsing. Kinderen voelen zich vaak onbegrepen door de pleegouders en hulpverleners, omdat er niet of maar in beperkte mate over dit moment wordt gesproken.

  • Wennen in een pleeggezin

    Wennen in een pleeggezin is een website waar pleegouders, ouders, eigen kinderen, pleegkinderen en professionals kunnen lezen over ervaringen van lotgenoten en collega's en waar alle betrokkenen tips en informatie kunnen vinden over de belangrijke fase van het wennen in een pleeggezin.
    Nooit meer zo alleen - wennen in een pleeggezin is de online publicatie van het onderzoek over pleegouders, pleegkinderen en eigen kinderen van pleegouders, dat de grondslag vormt van de informatie op de website.
    Alleen met groot verdriet - ouders over onmacht, onbegrip en onvervuld verlangen na plaatsing van hun kind in een pleeggezin is de online brochure van het deel van het onderzoek dat gaat over de rol van de ouders van pleegkinderen.

  • Pleegouderacademie

    Augeo Foundation en Stichting Kinderpostzegels Nederland hebben het initiatief genomen voor het pilot project Pleegouderacademie.nl, een online scholingsplatform voor pleegouders. Hiermee wordt tegemoet gekomen aan de groeiende vraag naar gerichte en kwalitatief goede online scholing voor pleegouders, die vaak maar weinig tijd hebben om hierin te investeren. In het kader van de pilot is een eerste e-learning ontwikkeld over het onderwerp 'Hechting en het gedrag van mijn pleegkind'. Op de website pleegouderacademie.nl is meer te lezen over het project en is een demo van de cursus te zien.

Download de volledige literatuurlijst