'Ik voel mij thuis in het gezin waar ik woon en deze plek past bij mij.'

Introductie

Als opgroeien niet vanzelf gaat, kunnen kinderen, jongeren en hun ouders ondersteuning krijgen van jeugd- en opvoedhulp. Deze ondersteuning is in eerste instantie altijd gericht op het bieden van hulp thuis, zodat kinderen en jongeren in hun eigen gezin op een veilige manier kunnen opgroeien.

Soms is het toch nodig dat een kind (tijdelijk) buiten het eigen gezin wordt opgevangen. Het is voor een kind aangrijpend als het voor korte of langere tijd niet meer thuis kan wonen. Om toch zo gewoon mogelijk op te groeien, kan de hulp worden ingeroepen van een ander gezin, waar het kind tijdelijk kan wonen. Samen met de ouders wordt dan gekeken of het kind binnen afzienbare tijd weer terug naar huis kan of dat het voor langere tijd geplaatst wordt in een pleeggezin of gezinshuis (gezinsvorm). Het is belangrijk dat het nieuwe gezin bij het kind en de ouders past en dat het kind zich er thuis voelt. In een gezinsvorm kan het kind zich veilig hechten aan de opvoeders: de pleegouders of gezinshuisouders. Tegelijkertijd blijven de ouders en andere personen uit het oorspronkelijke netwerk een belangrijke rol spelen in het leven van het kind.

Feiten

Volgens cijfers van het CBS verbleven in Nederland in 2015 circa 38.000 kinderen voor korte of langere tijd niet bij hun ouders.

Pleeggezin

Aron

In 2015 hebben 22.512 kinderen voor korte of langere tijd gebruik gemaakt van pleegzorg, dankzij de inzet van 18.30 pleeggezinnen. Volgens de Factsheet Pleegzorg 2015 van Pleegzorg Nederland is er nog steeds een groot tekort aan pleegouders. Dat geldt met name voor kinderen van 10 jaar en ouder en voor broertjes en zusjes die bij voorkeur samen in één pleeggezin geplaatst moeten worden. Ook voor intensievere vormen van pleegzorg is het moeilijk om geschikte pleeggezinnen te vinden. Het gaat dan om kinderen met ernstige emotionele problemen of problemen op het gebied van hechting of gedrag.

Gezinshuis

Voor sommige kinderen is plaatsing in een pleeggezin niet haalbaar of niet gewenst vanwege zeer complexe problemen. Voor hen wordt een plek gezocht in een gezinshuis. Dit is een kleinschalige woonvorm waar één of meerdere jeugdigen (meestal drie tot zes) tussen de 0 en 24 jaar worden opgenomen in het eigen gezin van de gezinshuisouders. Zij bieden op professionele wijze 24 uur per dag, zeven dagen in de week verzorging, opvoeding en begeleiding aan de kinderen. Minimaal één van beide gezinshuisouders ontvangt een salaris of vergoeding. In 2014 waren er 587 gezinshuizen en werden 1.728 kinderen en jongeren in een gezinshuis opgevangen (Factsheet Gezinshuizen, Gezinspiratieplein).

De meeste zorgaanbieders van gezinshuizen zijn HKZ-gecertificeerd. Organisaties met een HKZ keurmerk www.HKZ.nl stellen de klant centraal en werken voortdurend aan verbetering van de zorg- en dienstverlening. Gezinshuizen worden meegenomen in de audits.

Speciaal voor gezinshuizen is ook het Keurmerk Gezinshuizen ontwikkeld. Het keurmerk streeft kwalitatieve zorg na voor de kinderen en jongeren die worden opgevangen in een gezinshuis. Het stimuleert en versterkt de professionalisering en continue aandacht voor de kwaliteit binnen een gezinshuis. Het keurmerk wordt toegekend voor drie jaar. Ieder jaar wordt door middel van een gezinshuis-audit en een ISO-audit getoetst of het gezinshuis ook werkt volgens deze vastgelegde afspraken. De audits worden uitgevoerd door het onafhankelijke Keurmerkinstituut. Gezinshuizen kunnen zich ook registreren bij Registerplein.

Een passende gezinsvorm

Uithuisgeplaatste kinderen hebben bijna allemaal een verleden met problemen thuis. Daardoor hebben ze ook vaak problemen in hun ontwikkeling of gedrag. Zorgen voor een kind met een problematisch verleden vraagt veel van opvoeders. Als de gezinsvorm goed bij het kind past en bij wat het kind nodig heeft, is de kans groter dat het goed gaat met het kind en dat de plaatsing stabiel is.

Voortijdig vertrek

Toch is bij een derde tot de helft van de pleegzorgplaatsingen sprake van voortijdig vertrek van het kind uit het pleeggezin. Er zijn allerlei factoren die kunnen bijdragen aan het voorkomen van voortijdig vertrek, zoals goede matching en adequate begeleiding. Het overplaatsen van kinderen staat haaks op een belangrijk doel van pleegzorg en gezinshuiszorg, namelijk het bieden van continuïteit in het leven van kinderen die niet bij hun ouders kunnen opgroeien. Dit doel geldt met name voor de opvoedingsvariant. Zie ook Doelen van pleegzorg.

Zowel individuele factoren van het kind als factoren bij de ouders en de opvoeders beïnvloeden de stabiliteit van de plaatsing. Bijvoorbeeld de leeftijd van het kind, de hulpverleningsgeschiedenis van het kind (aantal overplaatsingen) en de gedragsproblematiek van het kind. Maar ook het contact tussen het kind en de ouders, de samenwerking tussen ouders en pleegouders of gezinshuisouders, de invloed van het kind op eigen/andere kinderen van pleeg- of gezinshuisouders en de opvoedingsstijl van de pleegouders of gezinshuisouders. Meer informatie hierover staat in de Richtlijn Pleegzorg.

play

Achtergrond

Wie doet wat?

Ouders kunnen zelf met een hulpvraag bij hun gemeente terecht. Gemeenten organiseren dit verschillend. Veel gemeenten hebben een Centrum voor Jeugd en Gezin (CJG) en/of een wijkteam waarin verschillende jeugdhulporganisaties samenwerken. Een medewerker bekijkt in overleg met alle betrokkenen welke vorm van jeugdhulp het meest passend is. Families hebben volgens de Jeugdwet het recht om zelf een familiegroepsplan te maken. Het Familiegroepsplan is een plan dat is opgesteld door een persoon met haar/zijn familie, vrienden, kennissen, buren en evt. betrokken professionals, kortom mensen die belangrijk zijn in het leven van die persoon. Als plaatsing in een pleeggezin wenselijk is, zijn er verschillende opties. In deze fase kan ook met familie en kennissen verkend worden of zij opvang voor het kind kunnen bieden. Zie ook het thema Samenwerking.

Aanmelden voor pleegzorg

Wanneer duidelijk wordt dat er binnen de familie of het netwerk geen oplossingen gevonden kunnen worden, kunnen pleegouders worden ingezet die aan een pleegzorgorganisatie zijn verbonden. Het zoeken naar een geschikt pleeggezin gebeurt zoveel mogelijk samen met de ouders.

Er zijn verschillende routes waarlangs pleegzorgorganisaties de vraag krijgen om een oplossing in het netwerk van het kind te ondersteunen of op zoek te gaan naar geschikte pleegouders in hun bestand. De gemeente heeft de eindverantwoordelijkheid om de keuze voor pleegzorg te realiseren. Dat kan op de volgende manieren:

  • Via overleg tussen de ouders en het wijkteam (of het CJG of een andere gemeentelijke instelling). Het wijkteam benadert de pleegzorgorganisatie met de vraag om een pleeggezinplaatsing mogelijk te maken en die organisatie gaat aan de slag in overleg met het wijkteam en de ouders.
  • Als ouders het niet eens zijn met een plaatsing van hun kind in een pleeggezin, maar als betrokkenen (wijkteam, CJG of anderen) het toch belangrijk vinden dat het kind (tijdelijk) ergens anders wordt opgevangen, dan kan via een onderzoek van de Raad voor de Kinderbescherming aan de kinderrechter worden verzocht om een kinderbeschermingsmaatregel uit te spreken. Zo'n maatregel is meestal een ondertoezichtstelling (OTS), maar soms kan er ook een gezagsbeëindigende maatregel worden opgelegd. In beide gevallen voert een gecertificeerde instelling (gezinsvoogd) de maatregel uit. De gecertificeerde instelling kan de kinderrechter verzoeken om een machtiging tot uithuisplaatsing en plaatsing in een gezinsvorm af te geven. Als de kinderrechter die inwilligt, kan de gecertificeerde instelling aan de zorgaanbieder de opdracht geven om de pleegzorgplaatsing of gezinshuisplaatsing uit te voeren. Daarbij is wel het uitgangspunt dat de gecertificeerde instelling en de gemeente dit proces nauw met elkaar afstemmen.
  • Ook de huisarts of kinderarts kan doorverwijzen naar een pleegzorgorganisatie. Ook hier is het uitgangspunt dat er wordt afgestemd en samengewerkt met het gemeentelijke wijkteam.

Verschillende gezinsvormen

Er zijn verschillende vormen van opvang in een gezinssituatie. Kinderen kunnen bij hun grootouders of andere familieleden, vrienden of bekenden wonen. Dit kan met of zonder een pleegcontract en de daarbij behorende begeleiding en onkostenvergoeding van een zorgaanbieder. Het pleegcontract bepaalt volgens de wet het onderscheid tussen informele zorg en formele pleegzorg. Kinderen kunnen ook bij pleegouders van de zorgaanbieder wonen (bestandspleegzorg) of bij gezinshuisouders. De keuze voor een pleeggezin of een gezinshuis is vaak afhankelijk van de ontwikkeling en het gedrag van het kind en wat dit vraagt van opvoeders. Samen met de ouders, vertegenwoordigers van het wijkteam of de gecertificeerde instelling en de professionals van de zorgaanbieder wordt de best passende gezinsvorm gezocht.

Doelen van pleegzorg

Een plaatsing in een pleeggezin kan meerdere doelen hebben:

  • Het ondersteunen van ouders bij de opvoeding van hun kind, bijvoorbeeld door deeltijd- of weekendpleegzorg in te zetten.
  • Onderzoeken of terugkeer naar huis mogelijk is en hier aan werken (hulpverleningsvariant). Een plaatsing in het kader van de hulpverleningsvariant kan ook vanuit crisisopvang starten.
  • Een veilige plek bieden aan kinderen die langdurig niet meer thuis kunnen wonen (opvoedingsvariant).

Zie ook de thema's Duidelijkheid en Samenwerking.

Doelen van gezinshuiszorg

Bij ernstige of complexe problematiek is een gezinshuis doorgaans geschikter voor een kind dan een pleeggezin. Dit kan in de vorm van crisisopvang, tijdelijke opvang of langdurige opvang. De meeste gezinshuizen bieden langdurige, zogenaamde 'perspectiefbiedende' plaatsingen. Er zijn gezinshuisouders die zich specialiseren in bepaalde problematiek, zoals hechtingsproblematiek, en specifiek daarvoor behandeling toepassen. Tijdelijke opvang kan ter observatie zijn of gedurende het traject van perspectiefbepaling. (Factsheet Gezinshuizen). Zie ook het thema Duidelijkheid.

Aron

Matching

Een stabiele plaatsing van een kind in een gezinsvorm begint met een goede start. Het zoeken naar het best passende gezin wordt matching genoemd. De zorgaanbieder onderzoekt wat het kind nodig heeft om zich goed te kunnen ontwikkelen en welke kwaliteiten de gezinshuisouders of pleegouders hebben. De matcher let bijvoorbeeld op de leeftijd, de ontwikkeling, het gedrag en de culturele achtergrond van het kind. In eerste instantie zoekt de matcher een plek bij familie of bekenden van het gezin en dan pas bij bestaande pleeggezinnen of gezinshuizen. De matcher betrekt daarbij zo veel mogelijk de ouders en, afhankelijk van de leeftijd, het kind zelf.

Voor het maken van een goede match is het belangrijk dat er voldoende pleeggezinnen zijn. In de praktijk is er vaak een tekort aan pleeggezinnen, bijvoorbeeld met een migrantenachtergrond of voor tieners. Daarom is een perfecte match helaas niet altijd mogelijk. Het is belangrijk dat de opvoeders dan extra ondersteuning krijgen om de kans op een stabiele plaatsing toch zo groot mogelijk te maken. Het gaat dan bijvoorbeeld om ondersteuning bij het omgaan met specifieke problematiek. Zie ook het thema Begeleiding.

Meer informatie over matching vindt u op http://www.nji.nl/nl/Pleegzorg/Plaatsing-pleegkind/Matching.

Voorbereiding en screening

Een goede voorbereiding en screening van pleegouders en gezinshuisouders is een belangrijke voorwaarde om een plaatsing te laten slagen. Zie ook het thema Begeleiding.

Werving pleeggezinnen

Het werven van pleeggezinnen gebeurt bijvoorbeeld met regionale en landelijke wervingscampagnes. Ook zoeken zorgaanbieders nieuwe pleeggezinnen voor specifieke kinderen. In september 2015 ging Pleegzorg Nederland van start met de wervingscampagne 'Supergewonemensengezocht'. Omdat er vooral pleeggezinnen nodig zijn voor tieners, voor kinderen met een beperking en voor kinderen met een specifieke culturele achtergrond, is het van belang dat hiervoor speciale aandacht is bij de werving. Over de werving van pleegouders kunt u informatie krijgen bij de pleegzorgorganisatie in uw regio of bij Pleegzorg Nederland.

Werving gezinshuizen

Zorgaanbieders en franchiseorganisaties werven gezinshuisouders door het plaatsen van vacatures en advertenties, via hun website, sociale media en door het organiseren van informatiebijeenkomsten.

Wetten en richtlijnen

Internationaal

Het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IRVK) ziet het gezin als de kern van de samenleving en als de natuurlijke omgeving voor de ontplooiing en het welzijn van kinderen in het bijzonder (preambule IVRK; paragraaf 3). Deze visie wordt ook verwoord in de VN-Richtlijnen voor Alternatieve Zorg en in artikel 23 lid 1 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) Als een kind niet in zijn of haar eigen gezin opgroeit, heeft het recht op bijzondere bescherming en moet er alles aan gedaan worden om het kind te plaatsen in een gezinsvervangende omgeving. Slechts in zeer uitzonderlijke gevallen waarin het kind gebaat is bij plaatsing in een residentiële setting, zal daartoe worden overgegaan (artikel 20 lid 3 IVRK; paragraaf 21-23 Richtlijnen Alternatieve Zorg).

Nederland

Ook in de Nederlandse Jeugdwet (artikel 2.3 lid 6) staat beschreven dat het College van B&W er zorg voor dient te dragen dat het kind in het geval van een uithuisplaatsing, indien redelijkerwijs mogelijk, in een pleeggezin of in een gezinshuis wordt geplaatst, tenzij dit aantoonbaar niet in het belang is van het kind. Ook in de Richtlijn Uithuisplaatsing (voor professionals in jeugdhulp en jeugdbescherming) is de aanbeveling opgenomen om een jeugdige bij voorkeur in een gezinssituatie te plaatsen, dus in een (netwerk-)pleeggezin of een gezinshuis. Volgens de Richtlijn kan een tijdelijke plaatsing in een residentiële woon- of behandelgroep nodig zijn wanneer een jeugdige ernstige gedrags- of ontwikkelingsproblemen heeft (Bartelink, Ten Berge & Van Vianen, 2015). Bij plaatsing van een kind moet op passende wijze rekening worden gehouden met de achtergrond van het kind. Denk hierbij aan de etnische, godsdienstige en culturele achtergrond, maar ook aan de achtergrond wat betreft de taal (artikel 20 lid 3 IVRK; paragraaf 58-62 Richtlijnen Alternatieve Zorg).

De jongeren zelf

Ervaringsdeskundige kinderen en jongeren hebben zelf de Kwaliteitsstandaarden Q4C opgesteld. Hieruit blijkt het belang van een plaatsing die aansluit bij de achtergrond en behoeften van het kind (nummer 7). De plaatsing zou het kind een 'zo gewoon mogelijk leven' moeten bieden (nummer 8) en ook zou het kind moeten kunnen blijven op een plek waar het zich goed en thuis voelt (nummer 9).

Checklist

Gemeenten en zorgaanbieders kunnen gezamenlijk veel betekenen voor jongeren die voor korte of langere tijd niet meer thuis kunnen wonen. De transformatie biedt kansen om tot een integraal beleid te komen op de diverse domeinen die raken aan de zorg voor de jeugd. Een aantal belangrijke punten voor gemeenten en zorgaanbieders op een rij:

  • Zijn er in mijn gemeente voldoende plekken in pleeggezinnen en gezinshuizen, ook voor tieners en kinderen met zwaardere problematiek? Als er sprake is van een tekort, kunnen we dan samen met de zorgaanbieders wervingscampagnes organiseren?
  • Luisteren we werkelijk naar kinderen en jongeren? Leggen we de reden voor een uithuisplaatsing aan hen uit op een manier die voor hen begrijpelijk is?
  • Infomeren we ouders goed over de mogelijkheden die er zijn, wat betreft opvang in een gezinsvorm? Werken we ook bij de keuze van een gezinsvorm met ouders samen?
  • Proberen we broers en zussen zoveel mogelijk bij elkaar te plaatsen als dat in hun belang is?
  • Maken we gebruik van de ervaring en expertise van matchers en andere jeugdzorgprofessionals om de plaatsing van een kind in een gezinsvorm succesvol te laten verlopen?
  • Stellen we duidelijke criteria op voor de keuze voor een pleeggezin of gezinshuis?
  • Bereiden we kinderen goed voor op een plaatsing in een gezinsvorm? Is dit ook het geval bij kinderen van pleegouders en gezinshuisouders?

Methodieken en meer

Zorgaanbieders gebruiken verschillende methodieken voor werving en matching. Soms hebben ze zelf een checklist gemaakt die hen daarbij ondersteunt. Er is nog geen eenduidige methodiek die wetenschappelijk gefundeerd is.

  • Matchingsmethodiek

    In de praktijk ontbreekt een eenduidige theoretisch gefundeerde procedure van matching van kinderen aan pleegouders of gezinshuisouders. Vijf zorgaanbieders ontwikkelen daarom - in samenwerking met het NJi, ADOC en Gezinspiratieplein - een matchingsmethodiek voor pleegzorg en gezinshuizen. Deze methodiek is gereed in 2017. Meer informatie vindt u al in de literatuurstudie en de praktijkinventarisatie.

  • Startwijzer

    'Een pleegkind in huis, en nu?'. De NVP ontwikkelde een startwijzer, een hulpmiddel om praktische zaken goed te regelen.

  • Tienus

    In het project Tienus hebben professionals van jeugdzorgorganisaties Trias Jeugdhulp en Jarabee geëxperimenteerd met een nieuwe wijze van matching en bemiddeling bij tieners. Het doel hiervan is om tieners meer te betrekken en een grotere stem te geven in de plek waar zij komen te wonen. Minder bemiddelen en minder matchen vanaf papieren stukken, maar het gesprek aangaan en werken met beelden. Op die manier proberen ze de motivatie van tieners voor het wonen in een pleeggezin te vergroten en de matching beter aan te laten sluiten.

  • STiP

    SGJ Christelijke Jeugdzorg biedt specialistische tienerpleegzorg voor jongeren tussen 12 en 17 jaar met forse gedragsproblemen.

  • Diversiteit in pleegzorg

    In het project Diversiteit in pleegzorg hebben pleegzorgorganisaties en migrantenorganisaties uit de vier grote steden samengewerkt aan meer diversiteit in pleegzorg. In deze steden is een oververtegenwoordiging van kinderen en jongeren met een niet-westerse achtergrond, maar zijn er niet genoeg pleeggezinnen met deze achtergrond. Sleutelfiguren binnen migrantengemeenschappen hebben een speciaal ontwikkelde training gekregen. Door middel van bijeenkomsten binnen hun gemeenschap geven zij voorlichting over pleegzorg en begeleiden zij aspirant-pleegouders tot aan hun aanmelding voor het voorbereidingstraject bij de pleegzorgorganisaties.

  • Kindgericht werven

    Verschillende zorgaanbieders (bijvoorbeeld Jeugdformaat, Spirit, Vitree en De Rading) zijn gestart met een nieuwe manier van werven: kindgericht werven. Deze manier gaat uit van wat het specifieke kind nodig heeft. Er wordt dan heel gericht voor dit kind een pleeggezin gezocht. Meer hierover is te lezen op de websites van de betreffende zorgaanbieders.

Download de volledige literatuurlijst