'Op school gaat het goed en ik kan er mijn vaardigheden ontwikkelen.'

Introductie

Pleegkinderen gaan net als alle kinderen naar school en willen graag het beste uit zichzelf halen. Hun schoolprestaties kunnen echter negatief beïnvloed worden door psychosociale problematiek en problemen in de gezinssituatie. Ook andere factoren kunnen daarbij een rol spelen. Pleegkinderen presteren op school gemiddeld minder goed dan andere kinderen. Hoewel pleegkinderen niet minder slim zijn dan andere kinderen, kunnen leraren hierdoor toch lagere verwachtingen van hen hebben. Omdat onderzoek laat zien dat pleegkinderen vaker uitvallen op school dan andere kinderen, is hiervoor extra aandacht nodig.

Feiten

Diana

Pleegkinderen hebben een verhoogd risico op het ontwikkelen van allerlei problemen tijdens hun volwassen leven. Buitenlandse onderzoeken tonen aan dat voormalige pleegkinderen in vergelijking met leeftijdsgenoten vaker dakloos en werkloos zijn, betrokken zijn bij criminele activiteiten, slachtoffer zijn van misbruik en te maken krijgen met drugsgebruik, tienerzwangerschap en schooluitval (Courtney, 2009; Courtney, Lee, & Perez, 2011; Geenen & Powers, 2007; Jones, 2011; Samuels & Price, 2008). Zie ook het thema Zelfstandigheid.

Schooluitval

Schooluitval vormt een groot risico voor de ontwikkeling van pleegkinderen, ook op de lange termijn. Daarnaast verhoogt schooluitval de kans op bijkomende problematiek. Als jongeren hun opleiding afronden op een niveau dat past bij hun vaardigheden, is de kans groter dat ze ook op andere gebieden goede resultaten behalen. Onderwijs biedt veel kansen om de toekomst van pleegkinderen te verbeteren.

Moeilijke thuissituatie

Schoolresultaten hebben niet alleen met cognitieve vaardigheden te maken. Psychosociale problemen en een moeilijke thuissituatie kunnen hierop van grote invloed zijn. 43% van de meisjes en 60% van de jongens in pleegzorg halen volgens internationaal onderzoek op school gemiddeld beduidend lagere cijfers en sluiten af met een lagere opleiding dan andere kinderen met hetzelfde IQ (Berlin et al., 2005).

Onderzoek wijst uit dat door de inzet van gerichte trainingen de taal- en rekenvaardigheden van pleegkinderen verbeteren en hun kennishiaten verdwijnen (Gauffin et al., 2013; Pears et al., 2013; Forsman & Vinnerljung, 2012).

play

Achtergrond

Wie doet wat?

De gemeente is verantwoordelijk voor het bieden van passend onderwijs aan kinderen. Passend onderwijs stelt de ondersteuningsbehoefte van een kind centraal. Om hun schoolloopbaan goed te doorlopen, hebben kinderen het volgende nodig: voldoende toegankelijke basisvoorzieningen (zoals scholen en consultatiebureaus), extra ondersteuning die dichtbij is georganiseerd (zoals schoolmaatschappelijk werk en wijkteams) en aanvullende zorg op maat of speciaal onderwijs voor kinderen die dat nodig hebben.

Aanpak

De verbetering van de schoolprestaties van pleegkinderen kent twee sporen: enerzijds het voorkomen en terugdringen van onderwijsachterstanden en anderzijds het voorkomen van voortijdig schoolverlaten.

Voorkomen van onderwijsachterstanden

Uit onderzoek blijkt dat eenmaal opgelopen onderwijsachterstanden moeilijk hersteld kunnen worden (Van Kampen, Kloprogge, Rutten & Schonewille, 2005). De nadruk in de aanpak moet dan ook vooral gericht zijn op het voorkomen van onderwijsachterstanden en minder op het terugdringen van achterstanden op latere leeftijd (Leseman, 2007).

Voorkomen van wisselingen

Het is belangrijk dat pleegkinderen zo min mogelijk van school wisselen. Door op dezelfde school te blijven, wordt stabiliteit geboden. Zie ook het thema Continuïteit. Hierdoor kan het kind zich beter op het leren blijven focussen. Door te wisselen van school, moet het kind eerst de school, leraren en klasgenoten leren kennen. Daarna kan het pas beginnen met leren. Wisseling van school is niet altijd te voorkomen. Wanneer er toch een wisseling plaatsvindt, moeten de twee scholen goed met elkaar afstemmen zodat de overgang soepel verloopt. De nieuwe school moet onder andere op de hoogte zijn van de leerprestaties en de ondersteuningsbehoeften van het kind (Legal Center for Foster Care and Education, 2008).

Terugdringen van onderwijsachterstanden

Kinderen die in een pleeggezin of gezinshuis terechtkomen, hebben vaak een periode van geweld en verwaarlozing achter de rug. De kans is groot dat zij een onderwijsachterstand hebben opgelopen. Het is belangrijk dat aan het begin en gedurende de plaatsing de ontwikkeling van het kind in kaart wordt gebracht, zodat leraren goed zicht hebben op de ondersteuningsbehoeften van het kind. Het terugdringen van de onderwijsachterstanden kan op verschillende manieren. Deze is terug te vinden bij de methodieken.

Voorkomen van voortijdig schoolverlaten

Het risico op voortijdig schoolverlaten is voor pleegkinderen groter dan voor andere kinderen. Het voorkomen van schooluitval kent een algemene aanpak die voor elke school of leerling van toepassing is. De werkzame factoren van deze aanpak zijn te vinden in de checklist.

Netwerk rondom het kind

Het is belangrijk dat het netwerk rondom het kind goed samenwerkt. Dit netwerk bestaat onder meer uit de leerkrachten, hulpverleners, verzorgers en eventueel de leerplichtambtenaar. De overgang naar een nieuwe school, ook van de basisschool naar het voortgezet onderwijs, is voor pleegkinderen een extra risico op voortijdig schoolverlaten. Een goede voorbereiding op deze momenten is dan ook van belang. Uit onderzoek blijkt dat mentoring en coaching van jongeren effectieve methoden zijn om voortijdig schoolverlaten te voorkomen (De Baat, et al., 2014).

Extra ondersteuning

Sommige pleegkinderen hebben niet genoeg aan de basisondersteuning die ze op school krijgen. Zij hebben extra ondersteuning nodig. Deze onderwijs-zorgarrangementen worden vanuit de gemeenten geboden op school. Het vormgeven van deze arrangementen vraagt een goede afstemming tussen gemeenten, scholen en zorgaanbieders. Meer informatie over de samenwerking tussen onderwijs en jeugdhulp is te vinden op de website van het Nederlands Jeugd instituut.

Wetten en richtlijnen

Internationaal

Ieder kind heeft recht op onderwijs en de overheid heeft de plicht schoolgang aan te moedigen, eventuele (financiële) drempels weg te nemen en het aantal kinderen dat vroegtijdig school verlaat, te verminderen. Het onderwijs moet gericht zijn op de zo volledig mogelijke ontplooiing van de persoonlijkheid, talenten en geestelijke en lichamelijke vermogens van het kind (artikel 28-29 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK)). Zie ook paragraaf 85 van de Richtlijnen Alternatieve Zorg.

Nederland

Schoolbesturen en gemeenten moeten op grond van de Jeugdwet en de Wet Passend onderwijs zorgen voor voldoende samenwerking en afstemming van beleid (artikel 2.7 van de Jeugdwet). Zij hebben gezamenlijk de verantwoordelijkheid om individuele ondersteuning te bieden aan een kind of gezin en dit af te stemmen met andere voorzieningen op het gebied van zorg, onderwijs, maatschappelijke ondersteuning en werk en inkomen (MvT Jeugdwet, pagina 19-20).

Diana

De jongeren zelf

Hoewel het onderwerp 'onderwijs' er niet letterlijk in voorkomt, blijkt uit de Kwaliteitsstandaarden Q4C wel hoe belangrijk kinderen en jongeren in de jeugdzorg het vinden dat zij zich verder kunnen ontwikkelen (nummer 7), een zo gewoon mogelijk leven hebben (nummer 8) en voorbereid worden op de toekomst (nummer 16 en 17).

Checklist

Gemeenten en zorgaanbieders kunnen gezamenlijk veel betekenen voor kinderen en jongeren die voor korte of langere tijd niet meer thuis kunnen wonen. De transformatie biedt kansen om tot een integraal beleid te komen op de diverse domeinen die raken aan de zorg voor de jeugd.

De Legal Center for Foster Care and Education (2008) noemt acht belangrijke punten die specifiek gelden voor pleegkinderen in relatie tot goede schoolresultaten:

  • Laat kinderen zoveel mogelijk op dezelfde school blijven.
  • Zorg voor een warme overdracht en een soepele overgang als een wisseling van school niet te voorkomen is.
  • Zorg ervoor dat jonge kinderen goed van start gaan op de basisschool en dat ze er klaar voor zijn.
  • Geef kinderen de kans en de ondersteuning om volledig te participeren in alle aspecten van het onderwijs.
  • Geef kinderen ondersteuning om voortijdig schoolverlaten te voorkomen.
  • Betrek kinderen actief in het plannen en nemen van beslissingen in hun (vervolg)onderwijs.
  • Zorg ervoor dat kinderen een volwassene in de buurt hebben die betrokken is bij het onderwijs van het kind, tijdens en na de uithuisplaatsing.
  • Moedig kinderen aan en ondersteun hen om door te gaan met vervolgonderwijs.

Het Nederlands Jeugdinstituut heeft op een rij gezet welke werkzame factoren uit onderzoek naar voren komen om voortijdig schoolverlaten te voorkomen.

  • Stimuleer de schoolprestaties en de motivatie om te leren door de leerlingen succeservaringen op te laten doen, door passende eisen te stellen aan de leerprestaties en vooral door in de ogen van de leerlingen aantrekkelijk en boeiend onderwijs te bieden.
  • Zorg voor een effectieve organisatie van de school door: sterk onderwijskundig leiderschap, accent op de verwerving van basisvaardigheden, een ordelijk en veilig klimaat, hoge verwachtingen hebben van de prestaties van leerlingen en frequente evaluaties van de vorderingen van de leerlingen.
  • Geef structureel aandacht aan het trainen van docenten in goed klassenmanagement: het stellen en handhaven van duidelijke regels, normen en verwachtingen voor gewenst gedrag van leerlingen met een hierop aangepast straf- en beloningssysteem, effectieve instructiemethoden en het samenwerkend leren in kleine groepjes.
  • Zorg voor een veilige leeromgeving, met onder meer aandacht voor het tegengaan van pesten.
  • Hanteer een consequent en eenduidig spijbelbeleid dat wordt gekenmerkt door: het afstemmen van de aanpak op de achtergronden van het verzuim, betrokkenheid van verzorgers, duidelijke sancties die snel worden toegepast en het monitoren van (hardnekkige) spijbelaars.
  • Creëer verbondenheid tussen de leerling en de school. De houding van docenten ten opzichte van de leerlingen is hierin essentieel. Een goede relatie met minimaal één docent heeft al een positief effect. Binding volgt ook uit 'gezien worden': een leerling die letterlijk en figuurlijk 'niet wordt gezien' zal eerder afhaken dan een leerling die merkt dat hij verwacht wordt op school.

Een aantal andere belangrijke punten voor gemeenten en zorgaanbieders op een rij:

  • Werken we goed samen in het netwerk rondom het kind?
  • Brengen we de ontwikkeling van het kind in kaart aan het begin en gedurende de plaatsing in een gezinsvorm, zodat leraren goed zicht hebben op de ondersteuningsbehoeften van het kind?
  • Worden kinderen getest op hun kennis en vaardigheden?
  • Helpen we kinderen gericht bij het verbeteren van taal- en rekenvaardigheid en het invullen van hiaten in hun kennis?
  • Krijgen pleegouders en gezinshuisouders ondersteuning en bijscholing om kinderen te helpen bij het verbeteren van hun schoolprestaties?

Methodieken en meer

  • Gezinsgerichte programma's

    Gezinsgerichte programma's worden uitgevoerd binnen de gezinsvorm en zijn gericht op de opvoeders. Zij krijgen handvatten en training aangeboden om te leren hoe ze de ontwikkeling van het kind kunnen bevorderen. De Stapprogramma's hebben aantoonbaar positieve effecten op de ontwikkeling van de kinderen en de interactievaardigheden van hun opvoeders. Het programma VVE Thuis sluit aan bij de thema's van erkende programma's in de voor- en vroegschoolse educatie, zoals Piramide, Kaleidoscoop, Startblokken en Ko-totaal. De ontwikkeling van kinderen wordt gestimuleerd, de vaardigheid van opvoeders vergroot en de betrokkenheid bij de school wordt groter.

  • Voor- en vroegschoolse educatie

    De voor- en vroegschoolse educatie is bedoeld voor kinderen die een grote kans hebben op een onderwijsachterstand. Om een slechte start op de basisschool te voorkomen, krijgen deze kinderen via speciale programma's extra aandacht voor hun ontwikkeling. Voorschoolse educatie begint op de peuterspeelzaal of de kinderopvang. Vroegschoolse educatie wordt uitgevoerd in groep 1 en 2 van de basisschool. De programma's bevorderen de taalontwikkeling en de cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling.

  • Combinatieprogramma's

    Uit onderzoek komt naar voren dat combinatieprogramma's het meeste effect behalen. Dit zijn programma's die gericht zijn op zowel de opvoeders als op de voorschoolse voorzieningen of school. De combinatie zorgt voor een eenduidige aanpak in zowel de thuissituatie als op de (voor)school. De eenduidigheid leidt tot grote effecten op de ontwikkeling van het kind.

  • Activiteiten op latere leeftijd

    Ook op latere leeftijd kan de onderwijsachterstand van het kind worden aangepakt. De effecten hiervan zijn wel minder groot dan op jonge leeftijd. Voorbeelden van activiteiten zijn de verlengde schooldag, naschoolse opvang, vakantiekampen en schakelklassen (Mutsaers, Zoon, de Baat & Prins, 2013).

  • Overzicht van verschillende methodieken

    Een overzicht van onderzoek naar het effect van verschillende methodieken op het voorkomen en terugdringen van onderwijsachterstanden is te vinden in: Wat werkt bij het voorkomen en terugdringen van onderwijsachterstanden?

  • Aanpak voortijdig schoolverlaten

    Het voorkomen van voortijdig schoolverlaten kent een algemene aanpak die voor elke school of leerling van toepassing is.

  • Handreiking Onderwijs en Zorg

    De Handreiking Onderwijs en Zorg biedt scholen en ouders handvatten om passende onderwijsondersteuning en zorg voor elke leerling te bereiken, afgestemd op zijn of haar mogelijkheden en behoeften.

Download de volledige literatuurlijst