Samenwerking
'Ik heb een goed contact met mijn ouders en met het gezin waar ik woon, maar ook met familieleden en andere mensen die ik belangrijk vind.'

Introductie

Kinderen die voor korte of langere tijd niet thuis kunnen wonen, gaan door een moeilijke periode. Daar hebben ze steun bij nodig van volwassenen die belangrijk voor hen zijn. Vaak zijn dat hun ouders en hun pleegouders of gezinshuisouders. Ook oma's en opa's en andere familieleden, vrienden of betrokkenen kunnen in hun leven een rol van grote betekenis spelen. Het kind wil graag dat deze belangrijke personen onderling goed met elkaar overweg kunnen. Conflicten tussen deze personen zijn voor een kind moeilijk te verdragen. Als het de betrokken volwassenen lukt om - ondanks onderlinge verschillen - respectvol samen te werken, stimuleert dit een gezonde ontwikkeling van het kind.

Feiten

Loyaliteit

Aron

Kinderen die in een gezinsvorm wonen, leven met twee families: hun oorspronkelijke familie en hun pleeggezin of gezinshuis. Hoe moeilijk de thuissituatie ook was en misschien nog steeds is, kinderen voelen zich meestal sterk verbonden met hun ouders. Hun ouders zijn een stuk van henzelf. Deze onverbrekelijke band wordt loyaliteit genoemd. Uit onderzoek blijkt dat loyaliteit veel impact heeft op de kinderen, hun ouders en hun opvoeders. Zo heeft Petra Bastiaensen onderzoek gedaan naar de wijze waarop pleegouders de opvoedingssituatie beleven en pleegkinderen de relatie met het pleeggezin en het gezin van herkomst (Bastiaensen, P.A.C.M. (2001), Belaste pleegouders en verscheurde gezinnen).

Gehechtheid

De gezonde ontwikkeling van het kind is een belangrijk doel van de plaatsing. Een veilige gehechtheidsrelatie tussen het kind en de pleegouders of gezinshuisouders kan daaraan veel bijdragen. Gehechtheid is een duurzame affectieve relatie tussen een kind en zijn opvoeders en is overdraagbaar. Zie ook het thema Begeleiding. Kinderen in pleeggezinnen en gezinshuizen zijn significant vaker onveilig gehecht dan kinderen in doorsnee gezinnen. Onveilig gehechte kinderen kunnen een veilige gehechtheidsrelatie opbouwen als hun opvoedouders zorgen voor positieve gehechtheidservaringen. (Juffer, F. (2010). Beslissingen over kinderen in problematische opvoedingssituaties: inzichten uit gehechtheidsonderzoek).

Voor ouders is het heel verdrietig als ze niet meer zelf voor hun kind kunnen of mogen zorgen. Dat maakt dat het verdragen en accepteren van de plaatsing heel moeilijk is. Kinderen voelen dit aan en kunnen zich hierdoor bezwaard voelen om een band aan te gaan met hun opvoeders.

Conflict

Kinderen kunnen zich verscheurd voelen tussen loyaliteit aan hun ouders en de behoefte aan een positieve relatie met hun pleegouders of gezinshuisouders. Uit onderzoek weten we dat een dergelijk conflict het gezonde opgroeien van een kind in de weg staat (Leathers, S.J. (2003). Bovendien vergroot het de kans dat de plaatsing voortijdig wordt afgebroken, met alle negatieve gevolgen van dien.

Het is daarom heel belangrijk dat de verschillende betrokkenen elkaar proberen te vinden in hun gezamenlijk belang: het welzijn van het kind. Hierin zijn zij met elkaar verbonden.

play

Achtergrond

Wie doet wat?

De gezinshuisouder of pleegzorgbegeleider heeft een belangrijke rol om samenwerking te faciliteren en te stimuleren tussen de mensen die voor het kind belangrijk zijn. De opvoeders werken samen met ouders en andere belangrijke mensen rondom het kind. Die samenwerking is niet alleen goed voor de ontwikkeling van het kind. Ook kan een netwerk de opvoeders helpen om de draagkracht en draaglast in balans te houden. Voor ouders en andere familieleden of betrokkenen is samenwerking cruciaal, omdat zij zo een rol kunnen blijven spelen in het leven van hun kind.

Samenwerking faciliteren

Bij het faciliteren van de samenwerking tussen de ouders en de opvoeders is het goed om niet uit te gaan van standaardoplossingen, maar in te gaan op individuele behoeften. De gezinshuisouder of pleegzorgbegeleider streeft daarbij naar een gelijkwaardige relatie die gebaseerd is op eerlijkheid en openheid.

Pleegzorg

Ter ondersteuning hiervan stelt de pleegzorgbegeleider een zorgteam samen waarin in principe de ouders, het kind (vanaf 12 jaar), de pleegouders, de (gezins)voogd en belangrijke personen uit het netwerk en professionals rondom het gezin (zoals een behandelaar of leerkracht) participeren. De begeleider maakt duidelijke afspraken met de leden van het zorgteam over de rollen, taken en grenzen van alle betrokkenen. De samenwerking tussen de ouders en de pleegouders en tussen de pleegzorgbegeleider en de (gezins)voogd is regelmatig onderwerp van gesprek. Zie ook het thema Begeleiding.

Gezinshuizen

Binnen gezinshuizen wordt er interdisciplinair gewerkt. Alle betrokkenen werken op maat samen en de gezinshuisouder heeft hierin een regisserende rol. Gezinshuisouders onderhouden, als het mogelijk is, ook zelf het contact met de ouders en anderen uit het netwerk van het kind. Als gezinshuisouders problemen ondervinden in het contact met de ouders, zal de voogd of ambulant hulpverlener daarin een rol spelen.

Betrokkenheid en bejegening

Voor een goede samenwerking betrekken pleegouders of gezinshuisouders de ouders van het kind actief bij de opvoeding en laten hen deelgenoot zijn bij belangrijke momenten in het leven van hun kind. Voor alle betrokkenen geldt, dat zij elkaar respectvol, gelijkwaardig en op een niet-oordelende manier bejegenen. Kinderen willen graag dat hun ouders de gemaakte afspraken nakomen. Ouders kunnen beter participeren in het samenwerkingsproces als zij het gevoel hebben dat alles is geprobeerd om de uithuisplaatsing te voorkomen. Zij zullen eerder gemotiveerd zijn tot samenwerking als ze weten dat het goed gaat met hun kind en als ze zich gesteund voelen door hun sociale netwerk.

Netwerk

Voor het kind is een goed contact met zijn oorspronkelijke netwerk heel belangrijk. Het sociale netwerk rond een pleeggezin of gezinshuis kan ook van grote steun zijn voor het functioneren van deze gezinnen. De samenwerking met netwerken kan bijdragen aan het succes van de plaatsing.

Als er gezocht moet worden naar een oplossing voor een problematische situatie, kan het netwerk ook ingezet worden door middel van een Familienetwerkberaad of Eigen Kracht-conferentie. Daarbij is het uitgangspunt dat het gezin zoveel mogelijk zelf de regie behoudt. Het doel is, dat er een gezamenlijke aanpak opgesteld wordt. Zie ook Methodieken. Hoewel een Familienetwerkberaad meestal voorafgaand aan een uithuisplaatsing een rol kan spelen, kan het ook daarna in sommige situaties effectief worden ingezet.

Begeleiding van ouders

De manier waarop de begeleiding aan de ouders wordt vormgegeven, hangt af van het type plaatsing. In pleegzorg kan er sprake zijn van een hulpverleningsvariant (kortdurende plaatsing) of een opvoedingsvariant (langdurige plaatsing). In gezinshuizen is het grootste deel van de plaatsingen gericht op langdurig verblijf en uitstroom naar zelfstandigheid. Ook zijn er kortdurende plaatsingen voor crisisopvang, voor behandeling van specifieke problematiek, of gericht op terugkeer naar huis. Zie ook thema Gezinsvorm.

Kortdurende plaatsing

Bij een kortdurende plaatsing is alles erop gericht dat de thuissituatie verbetert en het kind weer kan terugkeren naar de ouders. De ouders zijn dan vooral gebaat bij intensieve ondersteuning bij het verwerven van opvoedvaardigheden, het op een nieuwe manier leren omgaan met het kind en andere hulp die nodig is om de randvoorwaarden voor terugplaatsing te bereiken, bijvoorbeeld psychische hulp, schuldhulpverlening of verslavingszorg. Als aanvulling hierop zijn (in het buitenland) goede resultaten behaald met de inzet van buddy's die de ouders wegwijs maken in de jeugdzorg. Terugplaatsing heeft alleen kans van slagen als de kwaliteit van het contact tussen ouders en kind goed is. Daarom is het belangrijk dat tijdig intensieve begeleiding aan de ouders wordt ingezet. Zie ook het thema Duidelijkheid.

Langdurige plaatsing

Een langdurige plaatsing als resultaat van een opvoedbesluit betekent dat het kind niet meer kan terugkeren naar huis. Zie ook het thema Duidelijkheid. De ouders moeten dan begeleid worden bij de verwerking van dit verlies. Als ouders actief zijn betrokken bij de beslissing, is de kans groter dat zij deze op den duur ook kunnen accepteren. Ouders hebben ook begeleiding nodig bij de invulling van hun nieuwe rol als medeopvoeder en bij afspraken met de pleegouders of gezinshuisouders over een heldere taakverdeling. Zie ook het thema Begeleiding.

Idealiter kunnen de ouders hun kind uiteindelijk 'toestemming' geven om zich thuis te voelen in het nieuwe gezin, waarmee de voorwaarde wordt geschapen voor het ontstaan van een veilige gehechtheid tussen het kind en de opvoeders.

Contact tussen kind en ouders

Voor de meeste kinderen is het belangrijk dat hun ouders na plaatsing in een gezinsvorm een belangrijke rol blijven spelen in hun leven. Vooral bij een kortdurende plaatsing is het essentieel dat kinderen hun ouders regelmatig blijven zien, zodat de onderlinge band behouden blijft en zo mogelijk verbetert

Onderzoek laat zien dat het voor kinderen vooral van belang is dat de kwaliteit van het contact goed is en niet zo zeer hoe vaak dit plaatsvindt (Bastiaensen & Kramer, 2012). Omgekeerd betekent dit ook, dat kinderen er erg onder kunnen lijden als de contactmomenten negatief verlopen. Hoewel het door professionals vaak als normaal wordt gezien als kinderen na een bezoek van de ouder heftige reacties vertonen en zelfs terugvallen in hun functioneren, is een zorgvuldige afweging aan de orde. Welke vorm van contact past het best bij het welzijn van het kind? Waar, hoe lang en hoe vaak ziet het kind zijn ouders?

Als er eenmaal afspraken zijn gemaakt over contactmomenten, is het voor kinderen belangrijk dat deze ook daadwerkelijk en regelmatig plaatsvinden. Zo nodig kunnen professionals en/of pleegouders en gezinshuisouders een ondersteunende rol vervullen bij het begeleiden van het contact. Zie ook Methodieken.

Meer informatie over samenwerking tussen betrokkenen rond het pleegkind is te vinden in het Kennisnetwerk Pleegzorg.

Wetten en richtlijnen

Internationaal

Ouders en kinderen die gescheiden van elkaar moeten leven hebben het recht op regelmatig persoonlijk contact met elkaar, ongeacht of de minderjarige tijdelijk of blijvend buiten zijn gezin wordt geplaatst. Dit staat in artikel 9 lid 3 van het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK), artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) en paragraaf 51-51 van de Richtlijnen Alternatieve Zorg. De minderjarige moet ook met anderen met wie hij een persoonlijke band heeft contact kunnen onderhouden (paragraaf 81 van de Richtlijnen Alternatieve Zorg). Er moet rekening gehouden worden met de rol van ouders of andere primaire verzorgers in het leven van de minderjarige (paragraaf 69 Richtlijnen Alternatieve Zorg). Ook het kind dient geïnformeerd te worden over beschikbare opties en zijn of haar rechten en plichten (artikel 12 IVRK; zie ook paragraaf 64 van de Richtlijnen Alternatieve Zorg).

Nederland

Het kind heeft het recht op omgang met zijn ouders en met anderen die in een nauwe persoonlijke betrekking tot hem staan. De niet met het gezag belaste ouder heeft het recht op en de verplichting tot omgang met zijn kind. Dit staat in artikel 1:377a van het Burgerlijk Wetboek (BW). Ook bestaat er een informatieplicht jegens ouders die het gezag niet (meer) hebben (artikel 1:377c Burgerlijk Wetboek).

In de Richtlijn Pleegzorg is expliciet opgenomen dat ouders de ouders zijn en blijven. Het is belangrijk dat professionals hun positie respecteren en met hen samenwerken. Daarnaast stelt de pleegzorgbegeleider een zorgteam samen waar alle belangrijke personen om het kind in participeren. Hierin worden onder andere afspraken gemaakt over de samenwerking.

Eigen Kracht is verankerd in de Jeugdwet, die sinds 1 januari 2015 van kracht is. Het doel van de stelselwijziging van de jeugdhulp wordt in de toelichting op de wet als volgt geformuleerd: 'Het versterken van de eigen kracht van de jongere en van het zorgend en probleemoplossend vermogen van diens gezin en van anderen in de sociale omgeving. Niet alleen moet voorkomen worden dat overheidsbemoeienis leidt tot zorgafhankelijkheid, maar die bemoeienis moet actief en maximaal bijdragen aan de eigen kracht van jongeren, gezin en samenleving.' Dit stelt eisen aan de werkwijze van professionals. De toelichting spreekt over professionals die sociale netwerken in de omgeving van het gezin weten in te schakelen en samenwerken met vrijwilligers en familieleden en hun kracht weten te benutten'. Ook is in de Jeugdwet opgenomen dat de gezinsvoogd verplicht is om bij een OTS eerst de familie een mogelijkheid te bieden om een familiegroepsplan te maken. Slechts indien de ouders te kennen hebben gegeven geen gebruik te willen maken van deze mogelijkheid of concrete bedreigingen in de ontwikkeling van hun kind hiertoe aanleiding geven kan hiervan worden afgeweken.

Niet alleen de samenwerking tussen ouders en pleegouders, maar ook de samenwerking tussen professionals en de gemeente is van belang. Hiervoor zijn verschillende richtlijnen ontwikkeld. Voor een netwerkplaatsing in vrijwillig kader is er een Richtlijn netwerkpleegzorg voor gemeenten en pleegzorgaanbieders. Voor een netwerkplaatsing in gedwongen kader is er een Veldnorm netwerkpleegzorg voor jeugdbescherming en pleegzorgaanbieders. Er is tevens een handreiking voor de samenwerking tussen jeugdbescherming en pleegzorgaanbieders die ook van toepassing is voor bestandsplaatsingen.

Aron

De jongeren zelf

Uit de Q4C Kwaliteitsstandaarden blijkt dat ook ervaringsdeskundige kinderen en jongeren het zelf van belang vinden dat zij contact kunnen houden met familie en vrienden (nummer 10). Daarnaast zouden kinderen en hun ouders goed geïnformeerd moeten worden (nummer 3). Pleegouders en professionals dienen goed te luisteren naar kinderen en jongeren en hen serieus te nemen (nummer 12).

Checklist

Gemeenten en zorgaanbieders kunnen gezamenlijk veel betekenen voor kinderen en jongeren die voor korte of langere tijd niet meer thuis kunnen wonen. De transformatie biedt kansen om tot een integraal beleid te komen op de diverse domeinen die raken aan de zorg voor de jeugd. Een aantal belangrijke punten voor gemeenten en zorgaanbieders op een rij:

  • Voor veel ouders went een uithuisplaatsing nooit. Hebben we begrip voor blijvend verdriet en verhalen die ouders steeds opnieuw vertellen? Dit kan leed verzachten.
  • Luisteren we naar wat kinderen te zeggen hebben over het contact met ouders en andere mensen uit hun oorspronkelijke netwerk? Laten we hun mening meewegen in beslissingen over het contact?
  • Krijgen kinderen de mogelijkheid om contact te houden met hun ouders, familieleden en andere belangrijke volwassenen in hun leven en krijgen ze daar hulp bij als het nodig is?
  • Schakelen we familieleden of andere mensen uit het netwerk van het kind in bij het vinden van een passende gezinsvorm?
  • Als een kind in een gezinsvorm woont, zorgen we er dan voor dat bezoeken aan of van ouders zijn ingebed in het leven van het kind?
  • Stimuleren we ouders dat ze tijdens het bezoek activiteiten met het kind ondernemen die passen bij de leeftijd en ontwikkeling van het kind?
  • Vinden de bezoeken plaats in een vertrouwde, huiselijke omgeving?
  • Zijn er goede samenwerkingsafspraken tussen ouders en pleegouders? En krijgen ze ondersteuning als de samenwerking moeizaam verloopt?

Methodieken en meer

  • Ouderbegeleiding bij roldifferentiatie

    Als ouders kunnen instemmen met een langdurige pleeggezinplaatsing van hun kind, geeft dat het kind de ruimte om zich te hechten aan pleegouders. Bovendien vergroot deze instemming de kans op het welslagen van zo'n plaatsing. Na een gedwongen uithuisplaatsing van hun kind weten ouders vaak niet hoe ze met deze complexe en ingrijpende ervaring om kunnen gaan. Ook voor hulpverleners zijn deze situaties moeilijk. In het methodiekboek Ouderbegeleiding bij roldifferentiatie geven de auteurs (Haans et al., 2009) inzicht in de mechanismen waarvan ouders zich bedienen en in de positie van het kind. Vervolgens werken ze een methode uit waarmee (pleeg)ouderbegeleiders de ouders kunnen begeleiden bij de verliesverwerking en in het vinden of accepteren van hun nieuwe rol.

  • Ouderbegeleiding na een opvoedbesluit

    De interventie Ouderbegeleiding na een opvoedingsbesluit is bedoeld voor ouders van wie een kind langdurig uithuisgeplaatst is bij een pleeggezin. Doel is dat de ouders het verlies van hun kind kunnen accepteren en dat zij een nieuwe positie kunnen innemen ten opzichte van hun kind (roldifferentiatie). Gedurende een jaar ondersteunen pleegzorgbegeleiders de ouders en de pleegouders met het kind bij deze roldifferentiatie via huisbezoeken en telefonische contacten. Deze interventie is ontwikkeld door De Rading, Parlan en Zandbergen in samenwerking met PI Research.

  • Checklist oudercontacten in de pleegzorg

    De Checklist oudercontacten in de pleegzorg (CHOP, Bastiaensen & De Koning, 2012) helpt begeleiders om tot een afgewogen oordeel te komen welke bezoekregeling in het belang van het kind is. Het doel is: een ontspannen en betekenisvol contact tussen kinderen en hun ouders. Concreet leidt deze checklist tot een advies over de aanwezigheid van volwassenen tijdens het bezoek en over de plaats, duur en frequentie van de bezoeken. Meer informatie over de CHOP is te lezen op de website www.ynskedekoning.nl.

  • Eigen Kracht-conferentie

    Soms kunnen mensen het even niet alleen. Sommige gebeurtenissen in het dagelijks leven zijn zo overweldigend, ingewikkeld of onoverzichtelijk dat hulp wenselijk is. Een Eigen Kracht-conferentie is een bijeenkomst waarbij mensen samen met familie en bekenden een plan voor de toekomst maken (familiegroepsplan). Zo houden ze zelf de regie en zeggenschap over de aanpak. Een onafhankelijke Eigen Kracht-coördinator organiseert deze conferentie. Deze coördinator heeft geen belang bij de uitkomst van de conferentie en de inhoud van het plan.

  • Familienetwerkberaad

    Als er in een gezin moeilijkheden zijn, is steun vanuit het eigen netwerk van groot belang. Die steun kan georganiseerd worden met behulp van een Familienetwerkberaad. Centraal uitgangspunt hierbij is dat het gezin zelf zoveel mogelijk de regie behoudt of krijgt. Het gezin neemt de verantwoordelijkheid voor de oplossing van de (eigen) problemen. Een Familienetwerkberaad gaat uit van de kracht van het gezin en de kracht van het netwerk. Het gezin maakt samen met het sociale netwerk - eventueel ondersteund door een professional - een plan om de problemen op te lossen.

  • Werken met netwerken

    Hoe kunnen ouders, pleegouders en hun netwerken samenwerken in het belang van het kind? Deze vraag staat centraal in het project 'Werken met netwerken'. Hogeschool Windesheim, Pleegoudersupport Zeeland en Trias inventariseren welke netwerkmethoden er zijn, onderzoeken of deze methoden werken en maken een handreiking voor pleegzorg.

  • Met Twee Families Leven

    Kinderen en jongeren die uithuis zijn geplaatst, leven als het ware in twee families: het oorspronkelijke gezin en de nieuwe opvoedingssituatie (het sociale gezin). Dit laatste is bijvoorbeeld een pleeggezin of gezinshuis. De samenwerking tussen het oorspronkelijke en het sociale gezin speelt een grote rol in het welbevinden van een kind en de slaagkans van de nieuwe omgeving. Het concept Met Twee Families Leven impliceert dat de opvoeding zich niet alleen richt op het betreffende kind en de samenwerking met de eigen ouders en familie, maar ook op participatie in de omringende gemeenschap (Enamaria Weber-Boch).

  • Wennen in een pleeggezin en Voor elkaar

    Naar aanleiding van het onderzoek Wennen in een pleeggezin - Nooit meer zo alleen (Singer et al., 2012) is een toolkit ontwikkeld die bestaat uit de website Wennen in een pleeggezin en de online brochure Voor elkaar. Op de website en in de brochure kunnen pleegouders, ouders, eigen kinderen, pleegkinderen en professionals tips, praktijkinformatie en ervaringsverhalen vinden over het verblijven van een kind in een pleeggezin.

  • Prima Pleegzorg

    Het Limburgse project Prima Pleegzorg werkt in de praktijk aan een doorgaande ontwikkeling van het kind in een stabiel en veilig netwerk binnen gezin en pleeggezin. Dat blijkt uit onderzoek van onderzoeksbureau Praktikon onder ouders, pleegouders en de betrokken jeugdzorginstellingen. Praktikon stelde vast dat de inhoudelijke doelstellingen en randvoorwaarden van Prima Pleegzorg voldoende gerealiseerd zijn, hoewel de scores per doelstelling behoorlijk verschillen. Er zijn minder overplaatsingen en vroegtijdig afgebroken plaatsingen, maar van familienetwerkberaden wordt nog weinig gebruik gemaakt. De provincie Limburg startte in 2009 met Prima Pleegzorg als vernieuwingsproject voor een integrale, intersectorale, interculturele en innovatieve pleegzorg in Limburg. Voor het onderzoek werden focusgroep-bijeenkomsten gehouden met beroepskrachten van Rubicon Jeugdzorg, XONAR, Wiliam Schrikker Pleegzorg en Bureau Jeugdzorg Limburg.

  • Alleen met een groot verdriet

    Het is de nachtmerrie van iedere ouder: je kind moeten afstaan voor korte of langere tijd, omdat je zelf niet in staat bent voor je kind te zorgen. Dat je zelf als ouder tekortschiet is al erg genoeg, maar waar komt je kind terecht? Wie gaat er voor je kind zorgen? Komt je kind ooit weer terug naar huis? Mag jij je kind blijven zien? Elly Singer en Adimka Uzozie onderzochten de ervaringen van tien gezinnen tijdens een uithuisplaatsing en pleeggezinplaatsing van hun kind.

Download de volledige literatuurlijst