'Ik voel me veilig in dit gezin en met alle volwassenen en kinderen met wie ik te maken heb.'

Introductie

Kinderen die niet bij hun ouders kunnen wonen, zijn misschien wel de meest kwetsbare groep in onze samenleving. Ze hebben vaak niet de bescherming gekregen die kinderen normaal gesproken nodig hebben om veilig op te groeien. Daardoor zijn ze blootgesteld aan grote risico's. Veel kinderen in pleeggezinnen en gezinshuizen hebben te maken gehad met verwaarlozing, mishandeling of seksueel misbruik of met een combinatie daarvan. Onderzoek wijst uit dat een pleegkind gemiddeld meer dan acht traumatische gebeurtenissen heeft meegemaakt op het moment dat het in een pleeggezin komt. (Grietens, Van Oijen, & Ter Huizen, 2012)

Feiten

Melissa

Traumatische gebeurtenissen hebben een grote impact op de rest van de kindertijd en het verdere leven van een kind. Het is belangrijk dat pleegouders of gezinshuisouders en andere jeugdzorgprofessionals hen daarom zo goed mogelijk helpen in de verwerking van hun traumatische ervaringen. Ook moeten zij gezamenlijk zorg dragen voor de veiligheid van het kind en voor het voorkomen van hernieuwde kindermishandeling.
Onderzoek geeft geen eenduidig beeld over de cijfers van kindermishandeling. De schattingen lopen uiteen van één op dertig tot zelfs één op tien kinderen die het slachtoffer zijn van mishandeling.

Mishandeling kan bestaan uit verwaarlozing, psychische of fysieke mishandeling of seksueel misbruik. De gevolgen van mishandeling zijn zeer ingrijpend voor de verdere ontwikkeling van kinderen. Voor meer achtergrond informatie over cijfers, signalen en aanpak van kindermishandeling, zie Voor een veilig thuis het programma Traumaverwerking van Kinderpostzegels en de website van Augeo.

Pleegouders en gezinshuisouders versterken de veiligheid van kinderen als zij hen helpen bij het leggen van een stevige basis van positieve relaties, interesses en vaardigheden. Op deze manier wordt een beroep gedaan op hun veerkracht en vergroten de kinderen hun weerbaarheid, waardoor zij minder kans lopen om opnieuw het slachtoffer te worden van geweld (Slade et al, 2012).

Soms gaat het mis

Ondanks het feit dat pleegouders en gezinshuisouders over het algemeen zorgvuldig zijn gescreend en voorbereid, gaan er soms toch dingen mis. Daarbij kan sprake zijn van de volgende factoren (Slade et al, 2012):

  • Opvoedouderschap gaat 24 uur per dag, zeven dagen per week door. Daarnaast vertonen pleegkinderen vaak gedrag dat emotioneel en lichamelijk zeer uitputtend kan zijn. Het is niet gemakkelijk om altijd op de juiste wijze te reageren als een kind uitdagend gedrag vertoont. Toegeven dat zij daarbij aan hun grenzen komen, kan voor pleegouders of gezinshuisouders aanvoelen als falen. Zo kan het gebeuren dat situaties ongewild uit de hand lopen.
  • Kinderen nemen voor een deel hun onveilige situatie uit het verleden mee naar het nieuwe gezin. Wat voor het kind normaal is, is voor het gezin onbekend en omgekeerd. Signalen worden daardoor niet herkend en gevaren niet op tijd opgemerkt. Door onoplettendheden of kleine menselijke fouten kunnen gevaarlijke situaties ontstaan die grote gevolgen hebben.
  • Net als in andere sociale beroepen of vrijwilligersactiviteiten kunnen er ook onder pleegouders of gezinshuisouders mensen zijn die om de verkeerde redenen in contact met (kwetsbare) kinderen willen komen. Hoe streng de screening ook is, dit gevaar kan nooit volledig worden voorkomen. Het is daarom zaak voor professionals om het kind ook in het nieuwe gezin te blijven beschermen.

Met name bij seksueel misbruik gaat het om een breder risico: ook kinderen onderling kunnen hiermee te maken krijgen. Zowel pleegkinderen als eigen kinderen van pleegouders kunnen hiervan het slachtoffer worden.

play

Achtergrond

Wie doet wat?

Het is de taak van pleegouders of gezinshuisouders om samen met de pleegzorgbegeleider, gedragswetenschapper of ambulant hulpverlener de kinderen te beschermen tegen nog meer traumatische gebeurtenissen en hun een veilig leefklimaat te bieden. Betrokkenen moeten daarom speciaal geschoold zijn in het herkennen van signalen van mishandeling en misbruik en dit bespreekbaar maken in hun werk- en begeleidingscontacten. Gemeenten kunnen bijdragen door aandacht voor deskundigheidsbevordering en ruimte te creëren voor de aanpak van dit probleem.

Selectie en screening

Een veilig leefklimaat in gezinsvormen begint al bij een zorgvuldige selectie en voorbereiding van pleegouders en gezinshuisouders. Zie ook het thema Gezinsvorm.
In het Kwaliteitskader voorbereiding en screening aspirant pleegouders is meer te lezen over de selectie en screening van pleegouders.
Gezinshuisouders zijn professionele jeugdhulpverleners en moeten vanzelfsprekend voldoen aan de kwaliteitscriteria van de jeugdhulpverlener. Gezinshuis.com hanteert daarnaast een strenge selectie, zoals beschreven in het thema Begeleiding.

Veilige basis

Bij het creëren van een veilig leefklimaat in gezinsvormen gaat het niet in de eerste plaats om het uitbannen van risico's, maar om het voeren van een normaal gezinsleven. Kinderen in gezinsvormen zijn kwetsbaar en moeten daarom beschermd worden, maar ze moeten ook sterker worden en groeien. Dit is alleen mogelijk als zij zichzelf en de wereld beter leren kennen. Als het opvoeders lukt om deze twee elementen - namelijk beschermen en stimuleren tot ontwikkeling - op een goede manier met elkaar te combineren, is één van de belangrijkste doelen van de plaatsing behaald.

Inschatten en beheersen van risico's

Opvoeders kunnen het inschatten en beheersen van risico's realiseren door zo objectief mogelijk te kijken naar hun eigen sterke en kwetsbare punten en die van het gezin. Daarnaast maken ze samen met hun begeleider een zo compleet mogelijk beeld van het verleden, de behoeften, kwetsbaarheden en sterke kanten van het kind. Op basis van al die informatie kunnen ze vervolgens een heldere inschatting maken van de bestaande risico's en van een verantwoorde beheersing daarvan.

Traumaverwerking en preventie

Opvoeders moeten ondersteuning krijgen bij hun taak om kinderen te helpen bij traumaverwerking en om verdere mishandeling te voorkomen. Ook moet de pleegzorgbegeleider, gedragswetenschapper of ambulant hulpverlener de opvoeders op de hoogte stellen van de voorgeschiedenis van het kind en diens eventuele ervaringen met trauma en seksueel misbruik, voor zover dit bekend is. Hierdoor kunnen zij daarmee verwante signalen en grensoverschrijdend gedrag begrijpen en op een adequate manier reageren. Dit zal ook onderdeel zijn van het hulpverleningsplan.

Bijscholing

Bij de begeleiding hoort ook, waar nodig, een aanbod tot bijscholing en inzet van interventies. Onderwerpen zijn bijvoorbeeld: omgaan met trauma, aandacht voor seksuele ontwikkeling en voorkomen van seksueel misbruik.

Huisregels

Opvoeders krijgen het advies om samen met de aanwezige kinderen huisregels op te stellen voor (lichamelijk) contact, op slot doen van deuren en naakt door het huis lopen.

Praten over veiligheid

Het is belangrijk dat de opvoeders of andere vertrouwde volwassenen regelmatig met het kind praten over onderwerpen als veiligheid, kindermishandeling, normale en afwijkende seksuele ontwikkeling, seksueel misbruik en machtsrelaties. Dit moet op leeftijdsadequate wijze gebeuren.

Ook is het goed als er naast de opvoeders een vertrouwde volwassene is die met het kind praat over wat hij nodig heeft om zich veilig te voelen in de gezinsvorm. Deze persoon, bijvoorbeeld een leerkracht of familielid, kan daarin begeleid worden door een professional.

Veiligheidscheck

Tijdens de periodieke evaluatie voert de pleegzorgbegeleider of de gedragswetenschapper een veiligheidscheck uit met vastgestelde indicatoren en risicofactoren. Afhankelijk van de leeftijd wordt met het kind ook gesproken over de ervaren veiligheid.
Door middel van de app van Mijn Andere Thuis kunnen jongeren ook aangeven of zij zich veilig voelen en een signaal geven als dit niet het geval is.

Omgaan met signalen van kindermishandeling

Onder bepaalde omstandigheden bestaat er een verhoogd risico op kindermishandeling binnen een gezinsvorm, bijvoorbeeld wanneer de opvoeders onder hoge stress staan of als er bij kinderen sprake is van zeer moeilijk of grensoverschrijdend gedrag. Als de pleegzorgbegeleider of ambulant hulpverlener zorgen heeft over de veiligheid van kinderen, is het belangrijk dat hij hierover openlijk in gesprek gaat met de betrokkenen. De methodiek Safer Caring gaat hier bijvoorbeeld uitgebreid op in (zie de Methodieken), maar ook het protocol van de zorgaanbieder.

Protocol

Bij vermoedens van mishandeling treedt het protocol van de zorgaanbieder in werking. De pleegzorgbegeleider of ambulant hulpverlener maakt, eventueel samen met de gezinsvoogd, afspraken met ketenpartners en het sociale netwerk rond de gezinsvorm om de veiligheid van het kind te vergroten en risico's te minimaliseren, zodat het kind de gezinsvorm niet hoeft te verlaten. Daarvoor stelt de pleegzorgbegeleider of ambulant hulpverlener, eventueel samen met de gezinsvoogd, een veiligheidsplan op waarin alle afspraken worden vastgelegd. Als er inderdaad sprake blijkt te zijn van kindermishandeling, dan zetten de betrokken zorgaanbieders een passend hulpaanbod in.

Kwaliteitskader

Over het voorkomen van seksueel misbruik in de jeugdzorg is meer informatie te vinden in het Kwaliteitskader Voorkomen Seksueel Misbruik in de Jeugdzorg.

Melissa

Wetten en richtlijnen

Internationaal

In het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) staat dat het belang van de minderjarige een eerste overweging dient te zijn bij plaatsing in een pleeggezin (artikel 3). Zie ook paragraaf 7 Richtlijnen Alternatieve Zorg. Het is hierbij belangrijk dat deze beslissingen worden genomen door daartoe bevoegde personen, waarbij er voldoende aandacht uitgaat naar het beoordelen van de geschiktheid van de pleegouders. Het waarborgen van de veiligheid is hiervan een belangrijk onderdeel (artikel 19 IVRK). Zie ook paragraaf 5-6, 12, 58 en 87 van de Richtlijnen Alternatieve Zorg. Ouders en professionals moeten voldoende ondersteuning krijgen (bijvoorbeeld door training) en er moet toezicht zijn op de minderjarigen die door anderen dan hun ouder worden opgevoed (paragraaf 5, 55, 71, 90-91, 118 van de Richtlijnen Alternatieve Zorg).

Nederland

In de Jeugdwet staat dat het gemeentelijke beleid inzake preventie, jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering en de uitvoering van jeugdhulp, kinderbeschermingsmaatregelen en jeugdreclassering onder andere is gericht op het bevorderen van de veiligheid van de jeugdige in de opvoedsituatie waarin hij opgroeit (Artikel 2.1 Jeugdwet).
De Jeugdwet stelt regels ten aanzien van de beoordeling van de geschiktheid van de pleegouder door de pleegzorgaanbieder (artikel 5.1 Jeugdwet). Aan de pleegouder wordt de noodzakelijke informatie verstrekt om zijn of haar taak als pleegouder goed te kunnen vervullen (artikel 5.4 Jeugdwet).
Gezinshuisouders zijn professionele jeugdzorgwerkers en moeten aan dezelfde criteria als andere jeugdhulpverleners voldoen, zoals omschreven in de Jeugdwet (4.1.1 lid 3).

De jongeren zelf

Ervaringsdeskundige kinderen en jongeren zeggen in de Q4C Kwaliteitsstandaarden dat de veiligheid van kinderen gegarandeerd moet worden. Kinderen moeten wonen op een plek waar zij zich veilig en thuis voelen (nummer 14). Daartoe is het belangrijk dat kinderen en ouders zoveel mogelijk zelf de regie hebben (nummer 1) en goed begeleid worden (nummer 5) door adequaat opgeleide pleegouders en professionals met de juiste vaardigheden (nummer 11).

Checklist

Gemeenten en zorgaanbieders kunnen gezamenlijk veel betekenen voor kinderen en jongeren die voor korte of langere tijd niet meer thuis kunnen wonen. De transformatie biedt kansen om tot een integraal beleid te komen op de diverse domeinen die raken aan de zorg voor de jeugd. Een aantal belangrijke punten voor gemeenten en zorgaanbieders op een rij:

  • Screenen we pleegouders en gezinshuisouders zorgvuldig en bereiden we hen goed voor op de zorg voor kinderen die (tijdelijk) niet bij hun ouders kunnen wonen?
  • Beschermen we kinderen en bieden we hun tegelijkertijd de kans om zich te ontwikkelen?
  • Helpen we opvoeders om zo objectief mogelijk te kijken naar hun eigen sterke en kwetsbare punten en die van het gezin?
  • Maken we een zo compleet mogelijk beeld van het verleden, de behoeften, kwetsbaarheden en sterke kanten van het kind?
  • Brengen we opvoeders op de hoogte van de voorgeschiedenis van het kind en diens eventuele ervaringen met trauma en seksueel misbruik?
  • Krijgen opvoeders goede begeleiding in hun taak om kinderen te helpen bij de verwerking van traumatische ervaringen en om verdere mishandeling te voorkomen?
  • Krijgen opvoeders bijscholing als het nodig is, bijvoorbeeld op het gebied trauma, seksuele ontwikkeling en het voorkomen van seksueel misbruik?
  • Adviseren we opvoeders om samen met de kinderen huisregels op te stellen voor (lichamelijk) contact, op slot doen van deuren en naakt door het huis lopen?
  • Praten opvoeders en andere vertrouwde volwassenen regelmatig met het kind over onderwerpen als veiligheid, seksuele ontwikkeling en machtsrelaties?
  • Heeft het kind een vertrouwenspersoon met wie hij kan praten over wat hij nodig heeft om zich veilig te voelen in de gezinsvorm?
  • Doet de zorgaanbieder een veiligheidscheck bij de periodieke evaluatie?
  • Gaan we in gesprek met de betrokkenen als er zorgen zijn over veiligheid?
  • Volgen we het protocol van de zorgaanbieder bij vermoedens van mishandeling?

Methodieken en meer

  • Kwaliteitskader

    Voor de screening van pleegouders wordt het Kwaliteitskader voorbereiding en screening aspirant pleegouders ingezet.

  • Keurmerk Gezinshuizen

    Voor het beoordelen van de kwaliteit van de zorg en de veiligheid van gezinshuizen kan het Keurmerk Gezinshuizen worden ingezet.

  • Gezinspiratieplein

    Gezinspiratieplein biedt trainingen en workshops aan gezinshuisouders en pleegouders die erop gericht zijn de kwaliteit en veiligheid van de inhuisplaatsing te waarborgen. Voorbeelden zijn een workshop 'Vitaal tot je erbij neervalt' en 'Slachtoffers van loverboys herkennen en helpen'. Gezinshuisouders die zijn aangesloten bij Gezinshuis.com moeten een aantal trainingen en workshops per jaar volgen bij Gezinspiratieplein.

  • Vragenlijsten

    Een vragenlijst of checklist veiligheid maakt deel uit van het kwaliteitskader Voorbereiding en screening van aspirant-pleegouders.

  • Safer Caring

    De methodiek Safer Caring is speciaal ontwikkeld voor het vergroten van de veiligheid in pleeggezinnen. De methodiek biedt opvoedouders handvatten voor alle domeinen van veilige zorg, waaronder: het detecteren van risico's en het opstellen van een plan om risico's te beheersen, het maken van goede afspraken met professionals over verantwoordelijkheden, het realiseren van voldoende mate van begeleiding, het begeleiden van het kind bij het omgaan met internet en social media en het bewaken van het welzijn van andere kinderen in het gezin. De methodiek wordt in verschillende varianten al jaren ingezet in Groot-Brittannië en is in Nederland beschikbaar in twee varianten: één voor beginnende pleegouders en één voor meer ervaren pleegouders. Safer Caring, The Fostering Network 2012, verkrijgbaar via www.jeugdhulpfriesland.nl of www.kinderpostzegels.nl.

  • Vlaggensysteem

    Het Vlaggensysteem helpt in het onderscheid maken tussen aanvaardbare en wenselijke seksualiteit bij kinderen en jongeren enerzijds en grensoverschrijdend gedrag anderzijds. De methodiek werkt aan het vergroten van de competenties van ouders, opvoeders, leerkrachten en anderen die met kinderen of jongeren werken, zodat zij beter kunnen omgaan met seksueel (grensoverschrijdend) gedrag.

  • Words and Pictures

    Words and pictures is een verhaallijn met illustraties voor kinderen die helpt om gebeurtenissen te begrijpen die voor de volwassenen om hen heen moeilijk bespreekbaar zijn. Om de veiligheid van kinderen te vergroten, is het belangrijk dat er openheid is. Kinderen moeten weten welke afspraken er gemaakt zijn en waarom die afspraken er zijn. In een document komt te staan wie zich zorgen maken, waar zij zich zorgen over maken, wat er toen gebeurde en wat er nu gaat gebeuren. Meer informatie over Words en Pictures kunt u vinden op de website van NJi of in het artikel 'The 'words and pictures' storyboard: making sense for children and families'.

  • Signs of Safety

    Signs of Safety is een oplossingsgerichte benadering voor gezinnen waar de veiligheid van een kind een probleem vormt. Het doel van de werkwijze is dat het kind (weer) veilig kan opgroeien in het gezin. Samen met het gezin ontwikkelt de hulpverlener een veiligheidsplan. De hulpverlener stelt dit plan op met behulp van oplossingsgerichte vragen, waarmee sterke kanten van het gezin en uitzonderingen op de problemen zichtbaar worden, zodat het gezin zijn gedragsrepertoire kan uitbreiden. (Turnell en Edwards 1999)

  • Klachtencommissie

    De klachtencommissie van de pleegzorgaanbieder (en de gecertificeerd instelling, indien van toepassing) staat open voor klachten van pleegkinderen.
    Gezinshuis.com heeft een klachtencommissie voor de kinderen en jongeren die in gezinshuizen wonen, waar zij terecht kunnen als ze een klacht hebben.

  • Vertrouwenspersoon

    Kinderen en jongeren kunnen via chat een vertrouwelijk gesprek voeren met een vertrouwenspersoon van het Advies- en Klachtenbureau Jeugdzorg (AKJ) of Zorgbelang.

  • Risicotaxatie Seksueel grensoverschrijdend gedrag

    Het Instrument Risicotaxatie Seksueel grensoverschrijdend gedrag is een hulpmiddel om het risico in te schatten van seksueel grensoverschrijdend gedrag door en ten opzichte van kinderen die zijn of worden geplaatst in een pleeggezin of residentiële instelling. Het instrument is ook te gebruiken als het kind nog thuis woont en bijvoorbeeld onder toezicht staat en ambulante zorg ontvangt. Het gaat om zowel het risico dat een kind slachtoffer wordt van seksueel grensoverschrijdend gedrag als het risico dat een kind dit gedrag gaat vertonen ten opzichte van andere jeugdigen of volwassenen.
    Zie ook de Toelichting bij dit instrument.

  • Themacompetentie seksuele ontwikkeling

    Jeugdzorg Nederland heeft met de Vereniging Hogescholen (voorheen HBO-raad) een Themacompetentie seksuele ontwikkeling ontwikkeld voor de jeugdzorgwerker.

Download de volledige literatuurlijst